• Stoffenwinkel voor hobbyisten en professionals
  • Duurzame & gecertificeerde stoffen
  • Snelle leveringen - wereldwijd
  • Klantenservice via mail, chat en telefoon
  • Veilig betalen met IDEAL, Credit card, Paypal en meer ...
  • Stoffenwinkel voor hobbyisten en professionals
  • Duurzame & gecertificeerde stoffen
  • Snelle leveringen - wereldwijd
  • Klantenservice via mail, chat en telefoon
  • Veilig betalen met IDEAL, Credit card, Paypal en meer ...

STOFFEN LEXICON

Dit stoffen lexicon is bedoeld voor:

  • Kledingmakers & naaisters
  • Modeontwerpers
  • Hobbyisten & DIY’ers
  • Webshopklanten van Jersey Fashion
  • Textielstudenten of modestudenten

Batik – Katoen met handgemaakte patronen via waxtechniek. Geschikt voor blouses en etnische kleding.

Boordstof – Rekbare ribstof voor afwerking van hals, mouwen en zomen.

Bouclé – Lusstructuur en onregelmatige textuur. Warm en stijlvol, ideaal voor jasjes.

Canvas – Stevige katoenen stof voor tassen, jassen en woonaccessoires.

Chambray – Dunne, geweven katoenen stof met denimlook. Zomers en luchtig.

Chiffon – Zeer lichte, transparante stof voor jurken, sjaals en lagen.

Corduroy (ribfluweel) – Katoenen ribstof, slijtvast en warm. Ideaal voor broeken en jasjes.

Cupro – Zijdezachte, ademende voeringstof op basis van cellulose.

Denim – Twill geweven katoenen stof, duurzaam en robuust.

Double gauze – Dubbel geweven mousseline. Zacht, luchtig, perfect voor baby- en zomerkleding.

Duchesse satijn – Glanzende, zware satijn voor galajurken en bruidsmode.

Elastan (spandex/lycra) – Sterk rekbare vezel, vaak gemengd met andere stoffen.

Flanel – Geborstelde katoen of wolmix. Warm, zacht en comfortabel.

Fleece – Pluizige, warme stof van polyester of katoen (bio katoen fleece). Perfect voor truien en dekens.

French terry – Gebreid met lusjes aan binnenkant. Ademend en ideaal voor casual kleding.

Gabardine – Stevige twillstof, vormvast en geschikt voor rokken en mantels.

Jacquard – Luxe ingeweven patronen. Chique voor kleding en interieur.

Jersey – Soepele, rekbare gebreide stof. Comfortabel voor shirts en jurken.

Kant – Transparante stof met decoratief patroon. Elegant en verfijnd.

Katoen – Natuurlijk, ademend en veelzijdig. Voor vrijwel elk naaiproject.

Keper (twill) – Geweven stof met diagonale lijnen. Sterk en vormvast.

Kreukvrije katoen – Behandeld katoen dat glad blijft. Onderhoudsvriendelijk.

Linnen – Natuurlijk, ademend en licht. Ideaal voor zomerkleding.

Modal – Zijdezacht textiel uit beukenhoutvezels. Soepel en huidvriendelijk.

Mousseline – Luchtige en transparante stof, vaak in meerdere lagen gebruikt.

Nicky velours – Zachte, rekbare stof met fluweelachtige look. Voor kinderkleding en loungewear.

Nylon – Synthetische vezel, sterk, licht en sneldrogend.

Oilskin – Gecoate katoen met waterafstotende laag. Populair voor jassen en tassen.

Organza – Stijve, transparante stof met glans. Veel gebruikt voor feestkleding.

Piqué – Gestructureerde gebreide stof, vaak voor polo’s en sportkleding.

Ponte di Roma – Zware jersey met stabiliteit. Perfect voor jurken, rokken en blazers.

Poplin – Fijngeweven katoen, stevig maar soepel. Geschikt voor overhemden en jurken.

Punta di Milano – Dikke, luxe stretchjersey met vormvastheid.

Satijn – Glanzende stof met glad oppervlak. Chic voor avondmode en lingerie.

Scuba – Dikke, gladde stof met stretch. Vormvast, ideaal voor moderne mode.

Softshell – Winddichte stof met fleecevoering. Functioneel voor outdoorjassen.

Stretch denim – Denim met elastaan. Comfortabel en flexibel.

Stretch katoen – Katoen met lichte stretch voor extra bewegingsvrijheid.

Sweatshirtstof (sweatstof) – Gebreide stof met zachte binnenkant. Ideaal voor hoodies.

Taft – Glanzende, stugge stof voor feestelijke jurken en rokken.

Tencel (Lyocell) – Duurzame, ademende stof met zijdeachtige touch.

Tricot – Verzamelnaam voor gebreide, rekbare stoffen zoals jersey.

Tule – Fijne netstof, vaak gebruikt in lagen voor rokken en sluiers.

Velours – Fluweelachtig, zacht en glanzend. Voor kleding of interieur.

Viscose – Soepele kunstvezel met natuurlijke look. Luchtig en goed te verwerken.

Voeringstof – Gladde stof voor binnenzijde van kledingstukken.

Vilt – Dichte, niet-geweven stof. Ideaal voor accessoires en hobbyprojecten.

Wafelstof – Katoen met wafelstructuur. Zacht en absorberend, vaak voor badtextiel.

Wol – Natuurlijk, warm en isolerend. Voor mantels, truien en pakken.

Zijde – Luxe natuurvezel. Licht, glanzend en soepel, maar delicaat.

Acetaat – Glanzende, synthetische stof, vaak gebruikt als voering.

Bengaline – Sterke stof met lichte stretch. Voor broeken en rokken.

Bi-stretch – Rekbaar in twee richtingen. Perfect voor nauwsluitende kleding.

Broderie anglaise – Katoen met geborduurde gaatjes. Luchtig en decoratief.

Brocade (brokaat) – Zware stof met ingeweven metallic patronen. Luxe uitstraling.

Crêpe – Gekreukelde textuur, elegant en vloeiend. Voor jurken en blouses.

Damast – Ingeweven glanzende patronen. Vaak gebruikt in tafellinnen of formele kleding.

Dralon – Synthetisch textiel met hoge kleurvastheid. Veel gebruikt voor outdoor en gordijnen.

Ecopel – Diervriendelijke imitatiebont. Zacht, warm en stijlvol.

Faux leather – Kunstleer, soepel en onderhoudsvriendelijk. Voor mode en accessoires.

Fil-à-fil – Fijne stof met subtiele kleurwisseling. Klassiek voor overhemden.

Garenverfstof – Stof waarbij de garens eerst zijn geverfd, voor diepe kleuren.

Georgette – Lichte crêpe-achtige stof, zacht en transparant.

Gordijnstof – Zware stof geschikt voor raambekleding. Vaak UV-werend.

Hydrofiel – Luchtig, dubbelgeweven katoen. Absorberend en zacht, ideaal voor babykleding.

Imitatiebont – Pluizige stof die echt bont imiteert. Warm en diervriendelijk.

Katoen satijn – Gladde, glanzende katoensoort met luxe uitstraling.

Kunstleer – Synthetisch alternatief voor leer. Duurzaam en veelzijdig.

Laminaatstof – Gecoate stof, vaak waterdicht. Geschikt voor regenjassen.

Lurex – Stof met metallic garens voor glittereffect.

Mesh – Open netstructuur. Sportief en ademend.

Microvezel – Fijne synthetische vezel. Licht, sneldrogend en zacht.

Milano jersey – Stevige, dubbelgebreide jersey met een chique val.

Mohair – Wol van de angorageit. Glanzend, warm en luchtig.

Oilcloth – Geplastificeerde stof voor tafelkleden en tassen.

Panne velvet – Glanzende, rekbare velours met gemarmerd effect.

Piqué katoen – Structuurstof met reliëf. Vaak voor polo’s.

Rib jersey – Gebreide jersey met ribstructuur. Extra rekbaar.

Ripstop – Sterk geweven stof met kruisstructuur. Scheurvast.

Seersucker – Gekreukte katoenstof, luchtig en strijkvrij.

Shearling look – Imitatie lamsvacht, warm en zacht.

Shetland wol – Grofgesponnen wol, natuurlijk en robuust.

Silk touch – Polyester met zijde-achtige glans. Voordelig alternatief voor zijde.

Sjerpstof – Zachte, soepel vallende stof voor sjaals of sjerpen.

Stretch tule – Elastische tule, ideaal voor dans- of sportkleding.

Suèdine – Imitatie suède, zacht en mat. Veel gebruikt in mode.

Tartan – Ruitpatroon, traditioneel Schots. Voor rokken en jassen.

Technostretch – Functionele stof met hoge elasticiteit. Vormvast en ademend.

Thermofleece – Isolerende fleece met extra warmte.

Trenchcoatstof – Stevige, waterafstotende stof voor jassen.

Twill stretch – Keperbinding met stretch. Sterk en comfortabel.

Velvet – Luxe, glanzende stof met fluweelstructuur.

Versteviging – Onderstof voor extra steun in kragen, boorden of tassen.

Voile – Lichte, half-transparante geweven stof. Luchtig en sierlijk.

Wasbare wol – Wol behandeld voor machinewas. Praktisch en warm.

Wit katoen – Zuiver wit geweven katoen. Klassiek en veelzijdig.

Wolmix – Mengsel van wol met synthetische vezels. Warm en onderhoudsvriendelijk.

Zomerkatoen – Lichte, ademende katoensoort. Voor warme dagen.

Zomerjersey – Dunne, soepele jersey. Ideaal voor luchtige shirts en jurken.

Zonwerende stof – Stoffen met UV-werende eigenschappen. Geschikt voor gordijnen en buitengebruik.

Veel voorkomende bindingen om kledingstoffen te maken:

Er zijn verschillende soorten bindingen om kledingstoffen te maken. Deze weeftechnieken bepalen de structuur, uitstraling en eigenschappen van de stof.

Hier zijn enkele van de meest voorkomende bindingen:

1. Platbinding (ook wel linnenbinding)

Uitleg: De eenvoudigste en meest gebruikte binding waarbij de schering- en inslagdraden elkaar afwisselend kruisen. Dit zorgt voor een stevige en gelijkmatige stof.

Toepassingen: Gebruikt in stoffen zoals katoen, linnen en canvas voor kleding, tassen en huishoudtextiel.

Weetje: Door de gelijkmatige structuur is platbinding ideaal voor bedrukking, waardoor het populair is in beddengoed en T-shirts.

2. Keperbinding

Uitleg: Kenmerkend door diagonale lijnen in de stof, die ontstaan doordat de inslagdraden meerdere scheringdraden overlappen en vervolgens doorgaan.

Toepassingen: Veel gebruikt in denim (spijkerstof) en chino's, maar ook in mantels en werkbroeken.

Weetje: De diagonale lijnen maken de stof extra sterk en duurzaam. Daarom was denim oorspronkelijk bedoeld als werkstof.

3. Satijnbinding

Uitleg: Bij deze binding overlappen de inslagdraden de scheringdraden op meerdere punten voordat ze weer onder de draden doorgaan. Dit zorgt voor een glanzend oppervlak.

Toepassingen: Satijnen stoffen worden vaak gebruikt in avondkleding, lingerie en bedlinnen.

Weetje: De glans van satijn komt doordat er meer scheringdraden bovenop liggen, waardoor het licht beter reflecteert.

4. Jacquardbinding

Uitleg: Een complexe binding waarbij patronen en structuren in de stof worden geweven in plaats van erop gedrukt. Dit wordt mogelijk gemaakt met speciale weefmachines.

Toepassingen: Gebruikt voor luxe stoffen zoals brokaat en damast in kleding, gordijnen en meubelstoffering.

Weetje: De techniek werd in 1804 uitgevonden door Joseph-Marie Jacquard en betekende een revolutie voor de textielindustrie.

5. Kanaalbinding (ook wel ribbinding)

Uitleg: Hier worden inslag- of scheringdraden samengeweven om een geribbeld effect te creëren.

Toepassingen: Typisch gebruikt in corduroy en ribfluweel, veelvuldig in broeken en jassen.

Weetje: Corduroy werd vooral populair in de jaren 70 en staat bekend als een praktische en warme stof.

6. Netbinding

Uitleg: Deze techniek creëert een open structuur, zoals bij tule, waarbij de draden op een roosterachtige manier worden geweven.

Toepassingen: Gebruikelijk in bruidskleding, decoratieve jurken en danskostuums.

Weetje: Netbinding wordt vaak gecombineerd met andere stoffen voor volume en textuur.

7. Lussenbinding (ook wel tricotbinding)

Uitleg: Bij deze binding worden de draden in elkaar gelust, wat een rekbare en ademende stof oplevert.

Toepassingen: Gebruikt in jersey-stoffen voor T-shirts, sportkleding en ondergoed.

Weetje: Door de elasticiteit van de binding is jersey populair in comfortabele en casual kleding.

8. Honingraatbinding

Uitleg: Deze techniek weeft draden in een patroon dat lijkt op een honingraat, wat zorgt voor een textuur met diepte.

Toepassingen: Typisch voor handdoeken, dekens en truien.

Weetje: Het reliëf van deze binding maakt het ideaal voor absorberende stoffen zoals badstof.